Productieproces
Your webbrowser is outdated and no longer supported by Microsoft Windows. Please update to a newer browser by downloading one of these free alternatives.
De basis van Becel bestaat uit een mix van oliën die we onder andere halen uit de zaden van zonnebloemen, koolzaadbloemen en lijnzaadbloemen. Die bloemen groeien in uitgestrekte velden. Zonnebloemen kent u ongetwijfeld, maar wist u dat koolzaadbloemen ook prachtig geel kleuren en manshoog kunnen worden? De bloemen van de lijnzaadplant zijn iets kleiner en hebben een blauwpaarse kleur. De stap van deze bloemen naar uw margarine is niet heel groot en eigenlijk heel eenvoudig. Bent u benieuwd hoe de zaden van deze bloemen terecht komen in een kuipje Becel? Lees dan verder.

onze favoriete planten:

Zonnebloemen

Zonnebloemen zijn dol op zonlicht en hebben ruimte nodig om te groeien. De zonnebloemen met de olie van Becel staan door heel Europa; ze groeien onder andere in Frankrijk, Portugal, Spanje en in het oosten van Europa.

Koolzaadbloemen

In tegenstelling tot zonnebloemen hebben koolzaadbloemen niet zoveel grond nodig. Ze groeien in velden die speciaal hiervoor aangelegd zijn, maar komen ook in het wild voor. De koolzaadbloemen die de olie voor Becel leveren, groeien en bloeien in Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Oostenrijk, Zweden, Tsjechië en Polen. 

Lijnzaadbloemen

Lijnzaden kom je tegen in de vlasbloem. Deze blauwpaarse bloemetjes groeien voor Becel in Kazachstan, waar de kleigrond voor een goede voedingsbodem zorgt.

Van bloemzaden tot plantaardige olie:

 

De zaden van zonnebloemen, koolzaadbloemen en lijnzaadbloemen bevatten van nature oliën die de basis van het Becel recept vormen. Na de oogst worden de zaden gescheiden van de bloemen en klaargemaakt voor persing. Door de zaden te persen en te malen komt een grote hoeveelheid van de oliën vrij.

Er blijft ook altijd olie in de gemalen zaden achter. Dat is zonde. Daarom wordt die er alsnog uitgehaald met een organisch oplosmiddel. Dat noemen we extraheren. Na de extractie wordt het organische middel verwijderd uit de plantaardige olie door de olie te destilleren. Bij destillatie wordt de olie verwarmd waardoor het verdampt en zo gescheiden wordt van het oplosmiddel, dat daarna opnieuw gebruikt wordt voor de volgende extractie- en destillatieronde. Wel zo duurzaam.

Nu kan de olie gezuiverd worden. Bij het zuiveren worden de oliën verhit tot een zeer hoog temperatuur. Zo heet wordt de olie ook als je ermee kookt of bakt, alleen komt er in onze fabriek geen zuurstof aan te pas. Zo voorkomen we eventuele oxidatie en kunnen we de kwaliteit van de gezuiverde oliën garanderen.

We moeten onze oliën extra zuiveren, aangezien er na het extractieproces altijd zaadrestjes achterblijven. De oliën zijn dan vaak nog bruin van kleur en hebben een sterke smaak, omdat de zaadjes die zijn achtergebleven geen membranen meer bevatten. De zaadrestjes zijn dan bovendien veel vatbaarder voor oxidatie en hydrolyse en dat komt de olie ook niet ten goede. Daarnaast zitten er vaak nog vrije vetzuren in, die de olie een zeepsmaak geven en droog aanvoelen in je mond. Niet echt lekker, vinden we. Kortom, het zuiveren van de oliën is essentieel.

Palmolie: zo min mogelijk en dan alleen duurzaam

Zonnebloemolie, koolzaadolie en lijnzaadolie zijn door hun gezonde, onverzadigde vetstructuur vloeibaar bij kamertemperatuur. Om van Becel een smeerbaar product te maken is er een beperkte hoeveelheid 'hard vet' nodig. Dat harde vet geeft Becel een vaste, smeuïge structuur, waardoor u kunt genieten van een lekkere smaak, maar ook van de werkzame ingrediënten Omega 3 en Omega 6. Als hard vet wordt er in Becel palmolie gebruikt.

Helaas bestaan er in de palmindustrie nog altijd misstanden en daarom draagt de beperkte hoeveelheid palmolie in Becel het RSPO-keurmerk. Dat keurmerk geeft aan dat het gebruik van deze palmolie niet ten koste ging van natuurbossen en de leefomgeving van dieren. Meer informatie over het RSPO keurmerk vindt u hier.

Hoe komen de plantaardige oliën in mijn Becel kuipje?

Zodra we de olie van de zonnebloemen, het lijnzaad en koolzaad gewonnen hebben, mengen we die in de fabriek met verwarmde palmolie. Door de palmolie iets op te warmen wordt die vloeibaar en kan ze gemakkelijk gemixt worden. Een beetje azijn of citroenzuur voegen we toe om de oliën vers te houden en een neutrale smaak te geven. In het recept zitten natuurlijke aroma's voor de echte Becelsmaak.

Om een verantwoorde vetinname per portie te garanderen is het recept van Becel Original deels op water gebaseerd. Becel Light bevat nog minder vet - speciaal voor mensen die een vetarm alternatief willen - en bevat 30% plantaardige oliën. Vet en water mengen normaal gesproken niet zo makkelijk en daarom hebben we zonnebloemlecithine nodig om de twee met elkaar te verbinden. Het mengproces gebeurt in de fabriek in speciale cilinders die het oliemengsel langzaam laten afkoelen terwijl het geroerd wordt. Zo ontstaat er uiteindelijk een mooi egaal en smeuïg resultaat.

Vanuit deze cilinders wordt de margarine in kuipjes gelegd, die allemaal afgedekt worden met vershoudfolie en een deksel. Klaar om naar de winkel te gaan.

Eenvoudig en lekker: zelf margarine maken!

Wist u dat u zelf ook heel eenvoudig margarine kan maken? Met een aantal plantaardige ingrediënten zet u in een handomdraai uw zelfgemaakte margarine op tafel. Lekker, natuurlijk en leuk!

Heeft u een vraag?

Wij zijn trots op onze producten en willen graag transparant zijn over hoe deze gemaakt worden. Daarom hebben wij er alles aan gedaan om deze site zo volledig mogelijk te maken. Mocht u desondanks nog informatie missen, dan horen wij dat graag.

De kracht van plantaardig

Wat zit er in Becel?